Nieuws

Huidige situatie in Bamenda

24 december 2019

Eind april berichtten we jullie dat het Europees Parlement een resolutie had aangenomen waarin de schending van mensenrechten in het Engelstalige deel van Kameroen – gepleegd door alle strijdende partijen – werd veroordeeld. In de resolutie werd opgeroepen tot concrete actie. De hoop was dat deze resolutie het begin in zou luiden van het verbeteren van de situatie in onze zusterstad Bamenda.

Helaas bleek al gauw dat deze hoop tevergeefs was: de strijd werd voortgezet en werd heviger, zéker nadat een militaire rechtbank in Yaoundé in augustus levenslange gevangenisstraffen uitsprak tegen 10 leden van de (zelfbenoemde) interim-regering van (het eenzijdig uitgeroepen) Ambazonië, zoals de separatisten het Engelstalige deel van Kameroen noemen.

De poging van Zwitserland om tot een dialoog en vredesonderhandeling tussen alle strijdende partijen te komen – een poging die in juli bekend werd gemaakt en tot de dag van vandaag nog wordt voortgezet  – heeft tot op heden nog niet tot het gewenste resultaat geleid. Ook de ‘Grand National Dialogue’ die de Kameroense President Biya op 10 september aankondigde en die van 30 september tot en met 4 oktober plaatsvond, deed dat niet. De kritiek op dit laatste proces was dat het niet inclusief was: uit angst voor arrestatie of vervolging waren de separatisten afwezig. Ook werd over ontwapening en wederopbouw gesproken, maar voorbijgegaan aan het feit dat daarvoor eerst een staakt-het-vuren en vredesovereenkomst nodig is. Wel werden ruim 300 gevangenen vrijgelaten. Desondanks laaiden de gevechten begin oktober verder op. Precies in die periode bezocht Stichting Vluchteling de regio. Deze Nederlandse organisatie is sinds juni 2019 penvoerder van een noodhulpprogramma dat door de International Rescue Committee in samenwerking met Care en Plan Nederland wordt uitgevoerd in Kameroen (Nood-Kameroen en de Engelstalige regio’s). Zij schetsen in een korte video van hun bezoek geen rooskleurig beeld van de situatie. En ook de harde cijfers liegen er niet om:

Volgens de Cameroon Inter-Management Group (Gicam) heeft de crisis de afgelopen drie jaar naar schatting al tot 1000 miljard Francs CFA aan verlies geleid voor de lokale economie. Dit komt neer op een bedrag van ruim 1,5 miljard euro. Publieke investeringen zijn weggevallen en bevoorrading en export zijn ingewikkeld geworden. Ook de wekelijkse ghost towns en regelmatig terugkerende lockdowns van een week of langer – waarbij het hele publieke leven wordt stilgelegd – zorgen voor verlies. Vernielingen, plunderingen en geweld maken tot slot dat velen hun bedrijf hebben gesloten of niet meer op het land durven te gaan werken.

Dat mensen niet meer op hun land durven te gaan werken, heeft weer tot gevolg dat er een zeer ernstig voedseltekort dreigt. Het gaat dan om een dreiging voor de bevolking in het volledige gebied, aldus de Kameroense minister van landbouw, Gabriel Mbairobe. In sommige delen van het gebied heerst nu al een ernstig voedseltekort, terwijl in andere delen, waaronder in de binnenstad van Bamenda, nog wel voldoende eten is. Een ooggetuige schrijft:

Als je door Bamenda rijdt zou je niet zeggen dat er een burgeroorlog wordt gevoerd in de NW en SW Regio’s. Taxi’s rijden af en aan, de “food market” ligt vol met yams, ananassen, njamma njamma, kool, zoete aardappelen en allerlei ander voedsel. Maar die vluchtige blik is bedrieglijk. Het nu al 3 jaar durende conflict heeft een grote impact gehad op de economie van de NorthWest- en SouthWest-regio’s. Veel mensen hebben hun baan verloren of hebben het inkomen van hun handeltje naar beneden zien duikelen. Alleen de verkoop van voedsel loopt nog aardig omdat iedereen toch dagelijks wat moet eten. Maar bouwprojecten liggen stil, onderhoud van infrastructuur vindt niet meer plaats, het huishoudvuil hoopt zich op alle hoeken van de straten op, huizen staan te wachten op nieuwe huurders, en er is geen nachtelijk uitgaansleven meer. Tegen zes uur ’s avonds haast iedereen zich om veilig thuis te komen en valt er een spookachtige stilte over de stad die slechts doorbroken wordt door geweervuur. Je moet dan niet ziek worden of moeten bevallen. Want je loopt een groot risico neergeschoten te worden als je probeert het ziekenhuis te bereiken. Je enige kans is dan om met de ambulance van Artsen zonder Grenzen opgehaald te worden, als de ambulance al bij je huis kan komen, want veel wegen zijn onbegaanbaar geworden. En waar haal je het geld vandaan om medicijnen te kopen als je je baan verloren hebt?”

Voor de intern ontheemden in het gebied is een ernstig voedseltekort sowieso een dagelijkse realiteit. En het aantal intern ontheemden neemt door het aanhoudende geweld steeds verder toe. Human Rights Watch schreef in november dat de VN-organisatie OCHA, die de humanitaire hulp in crisisgebieden coördineert, het aantal intern ontheemden door de crisis in de Engelstalige regio op 656.000 schatte. In een brief die 9 leden van het Amerikaanse Congres in december aan President Biya stuurden, citeren zij de meest recente schatting van de VN: 710.000 intern ontheemden… Noodhulp aan deze mensen verloopt moeizaam, omdat de veiligheid van hulpverleners niet kan worden gegarandeerd. Alleen al in oktober 2019 werden 10 hulpverleners gekidnapt. Zij zijn gelukkig ook weer vrijgelaten, maar in november werd een gekidnapte hulpverlener vermoord. Hij werkte voor COMINSUD, een van onze partnerorganisaties…

Pascal Ngwayi, medewerker van COMINSUD, slachtoffer van de oorlog

Laat de internationale gemeenschap dit allemaal zomaar gebeuren? Nee, niet zomaar. De Europese Raad sprak zich vlak na de ‘Grand National Dialogue’ al uit voor een inclusievere dialoog die tot echte vrede zou kunnen leiden. En in november besloten de Verenigde Staten dat Kameroen per 1 januari 2020 niet meer in aanmerking komt voor de gunstige handelsvoorwaarden uit de African Growth and Opportunity Act (AGOA). Ook in november werden President Biya en President Emmanuel Macron tijdens een staatsbezoek van eerstgenoemde aan Frankrijk getrakteerd op protesten en via een open brief – ondertekend door vele bekende en minder bekende mensen uit meerdere landen – aangesproken op de mensenrechtenschendingen. Eind november bezochten de voorzitters van de Afrikaanse Unie (AU), de internationale Organisatie van ‘La Francophonie’ en de Commonwealth Kameroen gezamenlijk en stimuleerden een snelle voortzetting van de vredesdialoog en het uitvoeren van de uit de Grand National Dialogue gekomen beslissingen. En begin december werd in de VN Veiligheidsraad opnieuw gesproken over de situatie, waarbij vooral de vertegenwoordiger van de Verenigde Staten in stevige woorden opriep tot actie. Maar die actie blijft tot nu toe uit…

Ondertussen worden er sinds de week van 9 december wel wetsvoorstellen in het Kameroense parlement besproken die voortborduren op de beslissingen uit de ‘Grand National Dialogue’. Maar deze wetsvoorstellen, waarvan degene met betrekking tot tweetaligheid zelfs al aangenomen is, lijken juist averechts te gaan werken. De al aangenomen wet regelt namelijk dat Franstalige rechters ook in Engelstalig Kameroen in het Frans recht mogen spreken. Hoewel volgens diezelfde wet Engelstalige rechters ook in Franstalig Kameroen in het Engels recht mogen spreken, gaat deze wet voorbij aan het feit dat in Kameroen aan elk van de twee talen ook een ander rechtssysteem gekoppeld is en dat er veel meer Franstalige dat Engelstalige rechters zijn. De wet regelt dus feitelijk vooral dat Franstalige rechters een Engelstalige beklaagde – bijvoorbeeld in Bamenda – kunnen berechten in het Frans volgens het ‘Droit Civil’ terwijl de beklaagde noch de taal noch het rechtssysteem kent omdat men in Engelstalig Kameroen de Common Law toepast…

Het schetst geen verbazing dat alle Engelstalige parlementariërs – ook die van de regeringspartij – tegen hebben gestemd. Samen vormen zijn echter een minderheid. Met het wetsvoorstel over de ‘Special Status’ van de Engelstalige regio’s dreigt hetzelfde te gebeuren: deze wet geeft de Engelstalige regio’s weliswaar meer autonomie, maar de lokale bestuurderslaag die terugkomt – de ‘House of Chiefs’ – bestaat uit chiefs die door de centrale overheid moeten worden goedgekeurd. Bovendien is het de centrale overheid, met in meerderheid Franstalige parlementariërs, die op deze wijze de status van de Engelstalige regio bepaalt, zonder dat er inspraak van de separatisten – of de bredere bevolking in het gebied – is geweest en zonder dat er eerst een vredesakkoord tussen overheid en separatisten gesloten is. Ook dit wetsvoorstel is hierdoor, nog voordat het in stemming gebracht werd, al overladen met kritiek.

Krantenkop over de ‘Special Status’ voor Engelstalig Kameroen

De onrust neemt dus alleen maar toe. Het feit dat de regering voor februari 2020 verkiezingen (van lokaal tot parlement) heeft uitgeroepen, dat separatisten oproepen deze te boycotten en beide zijden kandidaten met bedreigingen onder druk zetten (om zich terug te trekken dan wel het tegenovergestelde te doen), maakt de chaos compleet.

Krantenkop over de aanstaande verkiezingen

Gelukkig zetten hulpverleners hun werk ondanks het toenemende geweld voort en zijn er dappere grassroots organisaties, waaronder de Ntankah vrouwen van Veronica Kini, die ook de meest moeilijk te bereiken intern ontheemden van noodhulp voorzien, onder andere met steun uit ons noodhulpfonds.

“Stedenbanden stellen in staat om elkaar te leren kennen, wat wederzijds tot wetenschappelijke, economische of maatschappelijke voordelen en inzichten leidt.”

Kitty Kruger (fractievoorzitter Groen Links Dordrecht)