Bamenda

sociale, culturele en economische kenmerken

Bamenda is de hoofdstad van de provincie Nord-Ouest in het noordwesten van het West-Afrikaanse Kameroen. De stad staat ook wel bekend als Abakwa en is ontstaan uit de samenvoeging van drie dorpen: Mankon, Mendakwe en Nkwen. De stad heeft op dit moment ongeveer 500.000 inwoners en de bevolking neemt nog steeds gestaag toe.
De stad ligt 366 kilometer af van de hoofdstad Yaoundé en staat bekend om zijn koele klimaat, prachtige heuvelachtige ligging en is een echte sociaal-culturele smeltkroes. Naast het Engels spreken de mensen ook “pidgin English” (een mix van de lokale taal en het Engels).

Ontstaansgeschiedenis van de stad

Eind 19de eeuw werd Bamenda gekolonialiseerd door Duitsland. Na de nederlaag van de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), werden de Duitse koloniën door de Volkenbond (de voorloper van de huidige Verenigde Naties) verdeeld over de geallieerden. Het westen van het huidige Kameroen, waaronder Bamenda, kwam samen met Nigeria onder Brits bewind. Na een referendum werd Brits Kameroen in 1961 onafhankelijk en sloot het zich aan bij de Republiek Kameroen.

Uitzicht op huizen in Bamenda, Kameroen.
Meubel maken in Bamenda.
Spelende kinderen op straat.
Een van de vele kleine winkeltjes.
Markt in Bamenda.
Jongeren in Bamenda zijn geïnteresseerd om te werken met computers.
Leerwerk-project bij timmerman in Bamenda.
Veel eetkraampjes aan de rand van de weg in Bamenda.
Verkeersdrukte in Bamenda.
Uitzicht op de stad Bamenda in Kameroen.

Politieke stelsel in Bamenda

Bamenda werd officieel een stad dankzij een presidentieel decreet van 17 januari 2008. Hierdoor kreeg de stad een nieuwe bestuursstructuur met een eigen gemeenteraad, de Bamenda City Council. Een jaar later kwam via een ander presidentieel decreet van 8 februari 2009, de centrale leiding van Bamenda in handen van een Government Delegate, die wordt aangewezen door de nationale overheid.

Naast deze formele machtsstructuur, bestaan ook de traditionele structuren nog steeds. Ieder dorp is verdeeld in kleinere ‘chefferies’ (koninkrijken) met aan het hoofd een Fon (koning). De Fons hebben vaak meer invloed op het dagelijkse leven in Bamenda dan de officiële lokale overheid.

De stad is één van de grootste bolwerken van de Kameroense oppositiepartij Social Democratic Front (SDF). De SDF voert oppositie tegen regeringspartij CPDM (Cameroon People’s Democratic Movement) in het huidige nationale parlement, een partij die al sinds de onafhankelijkheid in 1960 onafgebroken aan de macht is. De gemeenteraad van Bamenda bestaat in meerderheid uit raadsleden van de oppositie.

Daarnaast is Bamenda ook de thuishaven van de radicale beweging SCNC (Southern Cameroons National Council), die streeft naar onafhankelijkheid van de Engelstalige regio’s in Kameroen. De stad staat daarom bekend als een belangrijk politiek centrum van de oppositie.

Juju danser in het paleis van Bafut.
Ingang naar paleis van Fon van Bafut.
Uitzicht op het paleis van koning van Bafut in Bamenda.
Bestuur bezoekt Fon van Bafut.
Burgemeester Arno Brok ontvangt de Fon van Bali en zijn vrouw in 2012.

Economie

De economie van Bamenda bestaat vooral uit kleinschalige bedrijven en de landbouw (ongeveer 65%). Landbouw is, in combinatie met het houden van dieren (schapen, koeien, varkens, ‘cane rats’), de voornaamste pijler van de lokale economie. De vrouwen zijn de drijvende kracht achter deze economische bedrijvigheid.
Er worden aardappelen, wortelen, cassave, maïs en bonen verbouwd voor eigen gebruik. De koffie, bananen en cacao die daarnaast wordt geteeld, zijn voornamelijk voor de export. 50% van de bevolking leeft onder de armoedegrens, waarbij 17% zelfs moet zien rond te komen van minder dan 1 dollar per dag.

Milieu en natuur

Het milieu en behoud van de natuurlijke rijkdommen hebben in Bamenda de grootste aandacht. De situatie is ernstig: oppervlaktewater en grondwater zijn vervuild, het brandhout raakt op en inheemse medische planten sterven uit.
Daarnaast zijn er problemen rond de toegang tot schoon water voor huiselijk gebruik, de landbouw, het vee en de industrie. In het algemeen belemmert dit niet alleen de jaarlijkse opbrengst van de kleinschalige landbouw, maar ook de pogingen tot een verbetering van de sociaaleconomische ontwikkelingen in de omgeving.

“Ik zag dat de juiste mensen aan dit project werken. Ze werken hier vanuit hun hart en dat zie je terug in de gebouwen.” (Ferrie over zijn werk bij de lagere school Mbingo)

Ferrie de Jong (servicemonteur)